Quai du Rosaire  

Rainer Maria Rilke

Brügge

Die Gassen haben einen sachten Gang
(wie manchmal Menschen gehen im Genesen
nachdenkend: was ist früher hier gewesen?)
und die an Plätze kommen, warten lang

auf eine andre, die mit einem Schritt
über das abendklare Wasser tritt,
darin, je mehr sich rings die Dinge mildern,
die eingehängte Welt von Spiegelbildern
so wirklich wird wie diese Dinge nie.

Verging nicht diese Stadt? Nun siehst du, wie
(nach einem unbegreiflichen Gesetz)
sie wach und deutlich wird im Umgestellten,
als wäre dort das Leben nicht so selten;
dort hängen jetzt die Gärten groß und gelten,
dort dreht sich plötzlich hinter schnell erhellten
Fenstern der Tanz in den Estaminets.

Und oben blieb? -- Die Stille nur, ich glaube,
und kostet langsam und von nichts gedrängt
Beere um Beere aus der süßen Traube
des Glockenspiels, das in den Himmeln hängt.

 

Vertaling

Rozenhoedkaai te Brugge

De kleine straten met hun zachte gang
(zoals soms mensen gaan die traag genezen,
nadenkend : hoe het was hier lang geleden ?)
die op een plein uitkomen, wachten lang

op een ander straatje, dat dan met één stap
over het avondklare water gaat,
waarin, terwijl de stad vervaagt in ‘t rond,
een weggezonken spiegelwereld zich verklaart,
veel echter dan die op de begane grond.

Verging niet deze stad ? Nu ziet gij hoe
(volgens een onbegrijpelijke wet)
zij klaar en duidelijk omgekeerd
onder het water haar leven verder zet :
daar hangen tuinen groot in ‘t schemerlicht en
daar draait plots ook, achter de snel-verlichte
ramen, de dans in de estaminets.

Wat boven bleef ? – ‘k Geloof alleen de stilte
Die langzaam en door niets geprangd
Proeft, vrucht na vrucht, de zoete druivenbessen
Van ‘t beiaardspel dat in de ruimte hangt.

 (vert. Jozef De Belder)

 

Toelichting

Brugge is het poëtisch decor bij uitstek.  Een somber belfort boven verweerde huisgevels, donker minnewater met witte zwanen, stille begijnen onder de klank van klokken : samen vormen ze een romantisch cocktail dat vanaf de 19de dichters en romanciers onophoudelijk is blijven inspireren.

Rilkes Quai de Rosaire is een van de mooiste Brugse beiaardgedichten.

Rainer Maria Rilke (1875-1926) werd geboren in Praag. Hij wordt beschouwd als een van de grootste dichters van de 20ste eeuw. Hij leefde in München, Parijs en Zwitersland en ondernam talrijke reizen, die hun neerslag kenden in zijn gedichten. Zijn dichtwerk is zwaar symbolisch geladen en ademt een mystieke atmosfeer, waarbij liefde, dood en religie nauw met elkaar verbonden worden. In augustus 1906 bezocht Rilke Vlaanderen en deed onder meer Ieper, Veurne, Brugge, Gent en Oostende aan. Het jaar nadien schreef hij over deze reis 5 gedichten die verschenen in de bundel Neue Gedichte. Hij wijdde onder meer een gedicht aan de Sint-Niklaastoren van Veurne en een aan de Mariaprocessie te Gent. Dit laatste gedicht vangt aan met een evocatie van het bezwerend klokgelui boven de processiegangers :

Aus allen Türmen stürzt sich, Fluss um Fluss,
Hinwallendes Metall in solchen Massen,
Als sollte drunten in der Form der Gassen
Ein blanker Tag entstehn aus Bronzeguss,
(…)

Rilke schreef het gedicht Quai du Rosaire (“Rozenhoedkaai”) op 8 of 9 juli 1907 te Parijs. Het geeft een geactualiseerd beeld van het “slapend” Brugge, met wellicht een verwijzing naar Georges Rodenbach (“Verging nicht diese Stadt ?”). De verzen creëren het beeld van een verstilde stad en een levendiger tegenwereld onder het wateroppervlak, die doorheen het gedicht meer realiteitswaarde krijgt. De verwijzing naar de beiaard valt pas in het laatste vers en vormt als het ware de sluitsteen van het gedicht. De beiaard geeft het zoete sap waaraan de lethargische stad zich laaft.

terug | home